Veel mensen die ik spreek zijn verbaasd dat het met de maatschappij al zolang duidelijk de verkeerde kant op gaat, zonder dat de koers wordt aangepast. Ik natuurlijk ook wel, maar antwoord dan: omdat er geen instantie is die daar verantwoordelijk voor is. We zou denken dat de overheid het overzicht heeft en bijstuurt als het mis gaat. Maar de nationale staten en Europese “democratische” politiek achten zich daar niet toe verplicht. Hooguit zijn er adviesorganen die duidelijke taal spreken over de nodige transities. En op internationaal niveau hebben bijvoorbeeld de Verenigde Naties geen bevoegdheden om verplichtingen op te leggen, hooguit het gezag om haar zorgen geloofwaardig uit te spreken. Zo kunnen voor de oplettende waarnemer de problemen steeds duidelijker worden, terwijl er geen aangrijpingspunt is van waaruit er bijgestuurd kan worden. Individuele burgers kijken machteloos toe hoe we steeds verder afglijden. Mijn startvraag voor deze blog is de volgende. Kan de hernieuwde belangstelling om vanuit gemeenschappen coöperatief kleinschalige alternatieven op te zetten een aangrijpingspunt zijn voor toekomstige collectieve bijsturing van de maatschappij? Biedt kleinschalige zelfsturing van organisaties als bijvoorbeeld energiecoöperaties of voedselcoöperaties perspectief op de benodigde grootschalige verandering?
Ik ga te rade bij de sociologie, de maatschappijwetenschap. Biedt zij openingen? We zeggen weleens, als we allerlei gebrekkige of ongeloofwaardige pogingen zien van overheid of bedrijfsleven om een andere richting in te slaan: het hele systeem moet anders, niet een onderdeeltje daarvan. In de sociologie wordt er veelvuldig gebruik gemaakt van de systeemtheorie. Is dat een goede ingang? Ik sluit aan bij twee theoretici van sociale systemen. Ten eerste Arnold Cornelis, bij wie ik drie jaar studeerde aan de Universiteit van Amsterdam. En ten tweede Jürgen Habermas. Habermas (1929) is veel bekender dan Cornelis (1934-1999). Ze waren tijdgenoten, maar Habermas leeft nog steeds.
Cornelis over de ontwikkeling naar communicatieve zelfsturing van ons maatschappelijk leren
Arnold Cornelis, bij wie ik in 1982 afstudeerde, schreef in 1990 zijn hoofdwerk De logica van het gevoel. Hij onderscheid drie sociale systemen, die zich in de menselijke geschiedenis achtereenvolgens kunnen ontplooien. De eerste twee fasen hebben we al achter de rug. Cornelis presenteert een filosofie van de drie stabiliteitslagen in de cultuur als nesteling der emoties. Hij stelt dat er een patroon herkenbaar is in de manier waarop maatschappijen zich ontwikkelen. Net zoals Piaget de ontwikkelingsfasen bij kinderen ontdekte. Van binnenuit, vanuit ons eerst nog onbewuste gevoel, ontwikkelen we met behulp van de cultuur waarin we opgroeien een logica die ons in staat stelt ons sociale gedrag te sturen. De derde stabiliteitslaag, van de communicatieve zelfsturing, moet zich nog verder ontwikkelen. Cornelis ziet dit als de opgave voor de 21ste eeuw. Eerst geef ik een overzicht van zijn filosofie. Vervolgens introduceer ik de systeemtheorie van Habermas. Tenslotte laat ik zien hoe actueel deze filosofie van Cornelis in 2025 nog is.

Cornelis stelt dat het natuurlijk leerproces de drie stabiliteitslagen in de cultuur tot stand kan brengen. Basis voor het leren is ons gevoel. Al eerder in de menselijke geschiedenis ontwikkelden we het natuurlijke systeem en het sociale regelsysteem. Het natuurlijk systeem kan de mens van angst bevrijden en liefde en geborgenheid geven. Dit gebeurt in onze primaire socialisatie, in het gezin. Onze ouders zijn ons grote voorbeeld. Van hen leren we onze moedertaal te spreken en onze omgeving waar te nemen in termen van onze cultuur. Het natuurlijke systeem geeft ons de eerste stabiliteitslaag. Ook stammensamenlevingen hadden deze stabiliteitslaag al. Als dit leerproces lukt, ontvangen we liefde en geborgenheid en leren we dat we belangrijk zijn. Een mislukt leerproces noemt Cornelis catastrofaal. Als het leren in het natuurlijke systeem mislukt, kan de emotie zich niet nestelen in liefde en geborgenheid en blijft in angst steken.
De tweede stabiliteitslaag is ons sociale regelsysteem. Dat geeft ons de gelegenheid als volwassene een actieve rol in de samenleving te spelen. De secundaire socialisatie in het voortgezette onderwijs bereid ons hierop voor. Wij ontwikkelen hierin onze bekwaamheid om onze maatschappelijke taken in arbeid of andere rollen te vervullen. Zodat we de juiste handelingen te kunnen verrichten volgens de geldende normen. Dat geeft ons het recht om een rol in de samenleving te mogen vervullen. Historisch gezien leidde de staatsvorming in West Europa vanaf de 18e eeuw ertoe dat macht en willekeur aan de kant geschoven werden en er wetten en regels kwamen die voor iedereen golden. Maar het sociale systeem vraagt wel van ons dat wij ons aanpassen. Het is hiërarchisch georganiseerd. Strikt genomen is het totalitair. Tijdens de processen van Neurenberg was “Befehl ist Befehl” de verklaring van de nazi’s voor hun oorlogsmisdaden. (1) Wat gebeurt er nu als het sociale regelsysteem (de maatschappij) ons niet de rechtvaardigheid geeft waar wij behoefte aan hebben? Dan worden we boos. Deze emotie verdwijnt als we wel onze gerechte plek kunnen bemachtigen. De emotie nestelt zich dan in het positieve gevoel rechtvaardig behandeld te worden. We komen emotioneel tot rust en voelen ons daar gelukkig mee. In de vervulling van onze maatschappelijke rol tonen we onze bekwaamheid om bij te dragen. Dan voelen we ons ook als zodanig erkend. We horen nu erbij als lid van het sociale regelsysteem. Als dit leerproces mislukt en catastrofaal verloopt kunnen we ons leven lang boos blijven.
Maar vanaf ergens in de jaren 1960 verlangen mensen meer. Ze willen zich niet zomaar aanpassen, maar hun leerprocessen zelf kunnen sturen. Ze willen erkend worden als uniek mens met eigen gevoelens en gedachten. Als werknemer wil ik mee kunnen denken en bepalen hoe ik mijn werk het beste kan doen. Van pubers wordt nu geaccepteerd dat zij niet meer zomaar doen wat hun ouders of leraren van hen verlangen. Ook zij mogen meedenken. Dit is nieuw in de menselijke beschavingsgeschiedenis. Het wijst op een behoefte aan een derde stabiliteitslaag in de cultuur. Die van de communicatieve zelfsturing. We willen ons begrip van de zin (of juist onzin) van onze handelingen door communicatie toetsen aan waarden. Waarden gelden voor de gehele mensheid. Voor alle sociale systemen. Het sociale regelsysteem legt ons normen op voor de vervulling van onze sociale rol. Communicatieve zelfsturing stelt ons in staat om zelf te denken en zo na te gaan of we ons kunnen vereenzelvigen met het van ons verwachte gedrag. Kunnen we ons erin herkennen? Zo ja dan voelen we ons als zelfstandig individu begrepen en erkend. We gaan ons dan met hart en ziel verantwoordelijk voelen voor onze daden. Kunnen we de zin ervan niet ontdekken en ons er niet mee vereenzelvigen? Dan voelen we ons verdrietig en onbegrepen. Als dit derde leerproces catastrofaal verloopt worden we depressief. Cijfers van het Trimbos Instituut wijzen uit dat ongeveer 5% van de Nederlanders depressief is.
We kunnen nu het complete schema van de stabiliteitslagen in de cultuur opstellen.
Cornelis: stabiliteitslagen in de cultuur als nesteling der emoties

Heeft Cornelis de eeuw van communicatieve zelfsturing juist voorspeld?
Cornelis stelde in 1990 dat de starre, hiërarchische sociale regelsystemen van de twintigste eeuw zich in de eenentwintigste eeuw zouden ontwikkelen naar sociale systemen met communicatieve zelfsturing. Zien we dat ook inderdaad gebeuren?
Bij communicatieve zelfsturing volgens Cornelis wordt gedacht in mogelijkheden om bestaande regels en afspraken te verbeteren. Als mensen zich ongelukkig voelen met een sociaal systeem waar ze onderdeel van uitmaken en denken te weten hoe dat systeem verbeterd kan worden, mogen ze dat naar voren brengen. Dat geldt voor iedereen die deel uitmaakt van het betreffende sociale systeem. In een cultureel georganiseerd communicatieproces worden dan de nieuwe ideeën beoordeeld en getoetst. Goede ideeën worden vervolgens uitgeprobeerd en als de proef slaagt, worden de bestaande structuren aangepast. Overal waar binnen samenlevingsverbanden regels en afspraken gelden, kan deze nieuwe culturele laag worden toegevoegd. In gezinnen, in bedrijven, in de politiek. De vraag is nu: blijkt dit ook werkelijk te gebeuren?

De sociale systemen economie en staat
Een eerste blik op de wereld van vandaag leert ons, dat communicatieve zelfsturing niet algemeen is doorgebroken. Geert Schmitz, gegrepen door het betoog van Cornelis, schreef in 2019 een boek over het krachtenveld tussen het overheidsbeleid en de door veel alternatieve bewegingen nagestreefde zelfsturende gemeenschappen (2). Schmitz was lang beleidsambtenaar “strategie” bij gemeente Peel en Maas. Die gemeente wil zelfbestuur in de acht kernen/dorpen faciliteren. Schmitz zoekt als beleidsambtenaar óók steun bij Jürgen Habermas. Habermas (1929) is veel bekender dan Cornelis (1934-1999). Ze waren tijdgenoten, maar Habermas leeft nog steeds. Hij stelt dat de sociale systemen, staat en economie, verzelfstandigd zijn ten opzichte van de leefwereld. In de leefwereld is er idealiter een machtsvrije communicatie, waarin de deelnemers overeenstemming proberen te bereiken over wat waar, juist en/of waarachtig is. Dit noemt Habermas communicatieve rationaliteit, i.t.t. de doelrationaliteit van sociale systemen. Beide auteurs willen dat mensen door communicatieve processen greep op de sociale systemen krijgen om die in dienst van hun eigen normen en waarden te kunnen stellen. De centrale gedachte van Habermas is, dat de systemen (veel te) dominant geworden zijn over de leefwereld. Hij legt uit, dat zij de leefwereld koloniseren, dat wil zeggen binnendringen en overheersen met hun geld (economie) en macht (staat). Zij leggen daarmee hun doelen op aan de leefwereld. (1) Verklaart het binnendringen van staat en economie in de leefwereld inderdaad waarom de ontwikkeling naar communicatieve zelfsturing niet algemeen heeft doorgezet?
Staat
De periode vanaf de jaren 1990 wordt gekenmerkt door neoliberalisering, zeggen we achteraf. Welke doelen horen bij het neoliberale wereldbeeld en zijn die aan de leefwereld opgelegd? De staat stelt zich inderdaad op alsof ze voor ons moet denken. Geert Schmitz laat zien hoe het neoliberale mensbeeld daarin leidend is geworden. “Jezelf spiegelen aan de prestaties van anderen. Je voldoet nooit helemaal, het kan altijd beter, sneller, meer…Verliezen…betekent dat je zelf de schuld bent. ” In de naoorlogse periode leefden de mensen in “zuilen”. Dit waren gemeenschappen van mensen die hetzelfde mens- en wereldbeeld hadden. Er was een katholieke zuil, een gereformeerde, een socialistische enzovoort. Voorzieningen als onderwijs en gezondheidszorg waren katholiek, gereformeerd enzovoort, evenals hun bestuurders. Ook de mensen zelf ontleenden hun identiteit aan hun zuil. Je “was” socialistisch, je “was” gereformeerd. De overheid heeft deze voorzieningen overgenomen en daarmee kreeg de politiek het stuur ervan in handen. Het bepalende mensbeeld werd politiek geladen. De ‘zelfredzame mens’ werd het ideaal. De overheid steunt (inmiddels alleen nog) de sociaal zwakkeren. Maar zodra die weer enigszins op eigen benen kunnen staan, houdt de steun weer op. Dit overheidsbeleid “verzwakt sociale bindingen ten gunste van economische autonomie, competitie en marktwerking… Het neoliberale tijdperk heeft gemaakt dat risico’s veranderd zijn van sociale risico’s die we samen opvingen, naar risico’s die bij het leven horen en sterk individueel zijn.” Echter, zegt Schmitz, de motor van een gezonde samenleving zijn juist de gemeenschappen. “In een gemeenschap zal het omgaan met tegenspoed ook minder onoverkomelijk zijn als de zorgpatronen inderdaad onderhouden zijn. Je bent niet zelf voor alles verantwoordelijk, de groep laat je nestelen.” De afbraak van de ‘zuilen‘ pakt verkeerd uit. “Sociale relaties boeten in aan bindingskracht. Arbeidsrelaties worden vluchtig, flexibel en gemeenschappen barsten onder het geweld van migratie en individualisme… Gemeenschapszin en vertrouwen in elkaar maken plaats voor een gemeenschap waarin gevoelens van isolement, wantrouwen en onveiligheid de boventoon voeren.” (3)
Het op het zelfredzame individu gerichte neoliberale wereldbeeld botst met het verlangen naar gemeenschap. Als de overheid zelfsturing door gemeenschappen wil bevorderen, zit dit wereldbeeld in de weg. Daarbij teken ik aan, dat eventueel teruggaan naar de zuilen van vroeger niet in lijn is met communicatieve zelfsturing. De zuilen waren hiërarchisch georganiseerd. Zij waren intern niet democratisch. De Provo’s hekelden in de jaren zestig deze “regentenmentaliteit” juist.
Staten hebben ondertussen macht overgeheveld naar een internationaal, geglobaliseerd, niet-democratisch gecontroleerd financieel-juridisch stelsel, dat vooral de positie van bedrijven en rijke mensen ten goede komt. Terwijl het idee achter de neoliberale politiek juist was, dat de “vrije markt” iederéén rijker zou maken. Dat pakt dus verkeerd uit. Maar ondertussen is het sturende vermogen van staten voor een niet onbelangrijk deel afgestaan aan het internationale bedrijfsleven. Dat kan zijn doelen vervolgens aan de staat opleggen. Het zelfsturende vermogen van de staat werd aangetast. Het neoliberale mens- en wereldbeeld op grond waarvan de staat dit deed, heeft als basis de economie en het verdienvermogen van bedrijven en mensen. De positie van bedrijven én van individuele mensen wordt bepaald door hun verdienvermogen. Een gemeenschap is echter juist gebaseerd op wederzijdse hulp en ondersteuning.
Economie
Binnen de economie hebben vooral grote bedrijven onevenredig veel macht gekregen en daarmee sturingscapaciteit. Juist hun geld geeft hen dan nog weer meer macht. In de economie zit het grote geld bij grote bedrijven, die daarmee manipuleren. Grote veranderingen werken zij vaak succesvol tegen door bij ministers te lobbyen. Dat mag volgens de bestaande regels. Ook lukt het hen om consumenten onbewust zo te manipuleren, dat die denken behoefte te hebben aan hun nieuwe producten, die zij met dure reclamecampagnes onder de aandacht kunnen brengen. Het is allemaal toegestaan binnen de bestaande regelgeving. De macht van multinationale bedrijven wordt gedekt door wetten als het eigendomsrecht en het vennootschapsrecht. Aandeelhouders profiteren daarvan. Big tech en big pharma zijn daarbij juridisch niet verantwoordelijk voor de negatieve maatschappelijke gevolgen van hun productie. Denk bijvoorbeeld aan liegen en schelden in hun sociale media en sigarettenfabrikanten die mensen nu laten overschakelen op vapen. Denk voor de nabije toekomst bijvoorbeeld aan gevolgen van AI. De staat en de grote bedrijven beschikken over veruit de meeste grote hulpbronnen. En die komen steeds meer terecht bij grote bedrijven en mensen met veel geld. In de systeemtheorie noemen we dit zichzelf versterkende terugkoppeling of feedback. Het systeem raakt steeds verder uit balans.
Habermas wijst er dus terecht op, dat staat en economie met hun geld (economie) en macht (staat) de alledaagse leefwereld koloniseren, binnendringen en overheersen, en zo hun doelen opleggen aan de burgers. Anders gezegd zijn deze sociale systemen (staat en economie) verzelfstandigd ten opzichte van individuele mensen. Terwijl zij toch door mensen zijn geschapen. Als een soort monster van Frankenstein richten ze zich nu tegen hun scheppers. Dat is ook een thema dat we in sciencefictionfilms heel vaak tegenkomen. Tegenover het geld van grote bedrijven en de macht van staten staan individuele mensen machteloos. Zo beperken zij de mogelijkheden om communicatieve zelfsturing te realiseren.
De oplossing die Habermas aandraagt vind ik erg algemeen. De communicatieve rationaliteit van de leefwereld zou in een machtsvrije dialoog de doelrationaliteit in haar dienst moeten gaan stellen. Hij maakt niet duidelijk hoe je ervoor gaat zorgen dat zo de kolonisering teruggedrongen wordt.
Ontwikkelingen naar zelfsturing
Zien we ook positieve tekenen in de richting van communicatieve zelfsturing? Zeker. Ziegler en Gautier duiden dat ook in de termen van Habermas. Zij schreven in 2024 Een wereld van gemeenschappen, dat vol staat met inspirerende voorbeelden van wat zij ‘de leefwereld’ noemen (4). Die plaatsen zij naast de ‘systeemwereld’, het formele openbaar bestuur en marktpartijen. Zij brengen in hun Huis voor burgerschap honderden dit soort organisaties samen. En ondersteunen die in hun streven om als gelijkwaardige partner van de overheid hun toekomst vorm te geven. . Als ze daarvoor gevraagd worden, begeleiden zij het communicatieproces tussen overheid en gemeenschappen ook. Vooral lagere overheden vragen Ziegler en Gautier ook werkelijk om ondersteuning in het contact met deze georganiseerde burgers. Het gaat hierbij om alle mogelijke soorten bewonersinitiatieven, maar ook bijvoorbeeld energiecoöperaties en voedselcoöperaties, zoals de Herenboeren. Dit zijn allemaal nieuwe sociale gemeenschappen, die van onderaf en communicatief hun organisatie vormgeven. Dit zijn daarmee anders gerichte gemeenschappen dan de zuilen van de naoorlogse periode. Ook in het bedrijfsleven is er hier en daar een streven naar zelfsturende teams waarneembaar. Denk verder nog aan de populariteit van de socratische dialoog, socratische organisaties en burgerraden. Allemaal mensen die hun organisatie dan wel leefwereld samen in dialoog willen vormgeven.
Catastrofaal leerproces
Volgens Cornelis ontwikkelde de mensheid eerst het natuurlijk systeem en vanaf de achttiende eeuw het sociale regelsysteem. Door de sterke individualisering vanaf het einde van de twintigste eeuw is er behoefte aan communicatieve zelfsturing, de derde fase in de ontwikkeling van culturele systemen. Maar anders dan het rationele fundament van Habermas, begint het nieuwe leerproces volgens Cornelis bij de logica van het gevoel. Hij zegt: “Als het goed gaat met de nesteling der emoties in de lagen van culturele stabiliteit, dan merken we niets van die emoties. Op dezelfde manier als we niets merken van onze waarneming als er niets bijzonders aan de hand is. Op dezelfde manier ook als we niets merken van macht als we niet worden tegengewerkt. Maar de emoties treden aan de dag en we spreken over emoties als ze ontregeld raken, wanneer de nesteling der emoties in de natuurlijke, de sociale of de communicatieve stabiliteitslaag onmogelijk wordt.” (5) Boosheid treedt op als het sociale regelsysteem de bekwaamheid van mensen niet erkent. Verdriet treedt op als mensen zichzelf niet kunnen herkennen in communicatieve zelfsturing van het systeem, Nou, er zijn tegenwoordig veel boze mensen. En ook neemt depressiviteit sterk toe. Boosheid en verdriet kunnen zich niet nestelen. Daardoor komen we volgens Cornelis in een catastrofaal leerproces. Het maatschappelijk leren stopt. We bewegen ons richting catastrofe.
Ontwikkelingsfasen culturele systemen met catastrofale en gezonde leerprocessen volgens Cornelis

Cornelis gaat verder en legt uit, dat op elk sociaal regelsysteem een laag van communicatieve zelfsturing gebouwd zou kunnen worden. Bovenstaand schema is een uitbreiding van het eerste schema eerder in deze blog. We kunnen erin zien hoe het maatschappelijk leren kan worden voortgezet middels communicatieve zelfsturing. Bij Cornelis gaat het om menselijke en daarmee vanaf de tweede stabiliteitslaag lerende systemen. Dit is een belangrijk onderscheid met systemen als ecosystemen of bijvoorbeeld geautomatiseerde machines. Zij kunnen wel op hun omgeving reageren. Maar zij kunnen niet denken en dus niet leren.
Op het niveau van natuurlijk systeem geeft negatieve feedback aan dat we ons vergist hebben. In de laatste kolom van bovenstaand schema lezen we, dat we ons aanpassen; de situatie is door natuurwetten bepaald. In het sociale regelsysteem gaan we vervolgens ingrijpen in de natuurlijke omgeving. We worden ons bewust welke gevolgen onze handelingen hebben. We leren van fouten door onze handelingsstrategie te wijzigen. Het kennissysteem zelf heeft nog geen bedoeling, de doelen zijn gegeven. Pas in de fase van zelfsturing gaan we filosoferen over wie we willen zijn en waarom we bepaalde doelen zouden willen bereiken. We gaan denken in mogelijkheden, niet in feiten of voorschriften. Mogelijkheden zijn toekomstgericht. Ook dit is een maatschappelijk leerproces. Communicatieve zelfsturing kan de sociale systemen in dienst van waarden plaatsen. Als we vanuit waarden en bedoelingen gaan denken in zinvolle mogelijkheden komen er alternatieven naar boven. Net als in een schaakspel kunnen we een gedane zet in gedachten terugnemen en een nieuwe zet overwegen: takeback heet dat. Verschillen van inzicht horen daarbij. En ook verschil in belangen. Dat kan nadelig uitpakken voor sommige deelnemers aan het systeem. In de onderlinge afstemming moet met alle inzichten en belangen rekening worden gehouden. Dat zou een volgende stap in de menselijke beschaving kunnen zijn. Dit zou het “nieuwe normaal” moeten worden. Wat realistische mogelijkheden zijn moet vervolgens worden uitgeprobeerd. Deze communicatie over alternatieven moet een plek gegeven worden in de besturing van het systeem. Daar is een institutionele verandering voor nodig. Een structurele verandering van de manier van besturen.
We maken de balans op
We zitten onder de plak van niet-lerende sociale systemen. De staat heeft zichzelf en de burgers afhankelijk gemaakt van grote bedrijven. Die hebben teveel macht toegewezen gekregen. De staat heeft cruciale doorzettingsmacht van gewenste veranderingen uit handen gegeven. De gewenste ontwikkeling naar communicatieve zelfsturing botst in de systemen tegen een ‘hiërarchisch plafond’ (6).
De onvrede met de bestaande samenleving is groot. Zeker vanaf 2010 verlangen veel mensen terug naar de tijd dat de wereldeconomie nog niet geglobaliseerd was en landen er nog greep op hadden. Enerzijds krijgen radicaal rechtse partijen nu groeiende steun. Veelzeggend wordt hun merendeels mannelijke aanhang vaak aangeduid als “boze blanke mannen”. Hun autocratische, nationalistische leiders beloven welvaart én houden vast aan het idee van de superioriteit van de Westerse cultuur. We zien inmiddels dat hierdoor de maatschappelijke catastrofes alleen maar dichterbij komen. Aan de andere kant zien we echter ook veel alternatieve bewegingen en maatschappelijke initiatieven, die zijn gaan inzien dat de mens niet boven de natuur staat maar er onderdeel van uitmaakt. Zij zoeken naar mogelijkheden om de economie in balans te brengen met de draagkracht van de natuur. Daarvoor is dan regeneratie (herstel) van de natuur nodig en moet de doelstelling van economische groei losgelaten worden. Als in economie en staat zelfbestuur zou worden ingebouwd, kunnen de hulpmiddelen geld en macht ingezet worden om een nieuwe fase van beschaving mogelijk te maken.
Cornelis stelde dat de 21e eeuw die van de communicatieve zelfsturing zou zijn. Maar hij wilde daarmee eigenlijk zeggen, dat het de eeuw van de communicatieve zelfsturing zou moeten zijn. Het idee dat een rechtvaardige samenleving mogelijk is wordt in de weg gestaan door het idee dat dit “niet haalbaar” is. Maar als we in ons verlangen naar een gezond sociaal systeem blijven hangen in “het haalbare”, zitten we al vast aan de huidige regels en machtsstructuren. Laten we gaan denken in toekomstige mogelijkheden, niet in feiten uit het verleden. Dan komt een maakbare samenleving in beeld. Als de deelnemers van sociale systemen zich verenigen en met elkaar een gemeenschap vormen, kan er zelfbestuur ingevoerd worden. Nieuwe ideeën mogen zich dan bewijzen. In ieder geval in het klein in voedsel- en energiecoöperaties; in buurten, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Maar als zelfbesturende organisaties gaan samenwerken ook in groter verband. In de economie en de lokale politiek zijn er bewegingen in die richting. Ook op het niveau van de wereldwijde problemen zijn er talrijke burgerbeweging en NGO’s (non-gouvernementele organisaties) actief. Maar juist daar hebben ook grote bedrijven veel macht en invloed. Om die aan banden te leggen zullen zich, lijkt mij, toch wel eerst brede en grote protestbewegingen moeten manifesteren. Dat is mogelijk. Marx schreef in het Communistisch Manifest het beroemde “Communisten aller landen verenigt u!” De Tweede Internationale die daaruit voortkwam heeft veel bereikt. Als burgers zich verenigen in brede bewegingen vormen zij een sterke kracht. Het kan. Werk aan de winkel! Uiteindelijk kan een wereldwijde samenleving ontstaan. Waarin alle mensen als uniek mens erkend worden en zich thuis kunnen voelen. Maar dat is wel toekomstmuziek.
(1) Processen van Neurenberg link https://nl.wikipedia.org/wiki/Processen_van_Neurenberg
(2) Jürgen Habermas, Theorie des kommunikativen Handelns, Bd. I: Handlungsrationalität und gesellschaftliche Rationalisierung / Bd. II: Zur Kritik der funktionalistischen Vernunft, 1981
(3) Geert Schmitz, Krijg de geest; over bezielde gemeenschappen en een bescheiden betrokken bestuur, 2019, , p. 37-63
(4) Floor Ziegler, Teun Gautier, Een wereld van gemeenschappen, 1924
(5) Arnold Cornelis, Logica van het gevoel; filosofie van de stabiliteitslagen in de cultuur als nesteling der emoties: essay, 1990, p. 701
(6) Term van Cornelis, aantekening uit een persoonlijk gesprek met hem, FvdV
Dag Feiko van der Veen,
Ik ben blij verrast met de vondst van dit artikel. Vanaf 1990 studeer ik al op de theorie van Arnold Cornelis. In 1990 heb ik een lezing van hem gevolgd bij de kunstenaarsvereniging in Hoorn. Ik kocht het boek ‘Logica van het Gevoel’ ( 3e druk) en twee jaar later volgde ik nog een keer een lezing van hem bij de zelfde kunstenaarsvereniging. Ik stelde hem een vraag over de praktijk van de communicatieve zelfsturing en toen zei hij: “Je hebt het wel gelezen”. Later heb ik hem ook nog privé ontmoet en toen ik hem wilde vragen om bij een expositie in Arti et Amicitiae in Amsterdam over kunst en wetenschap in een panel te zitten hoorde ik dat hij overleden was, wat een grote schok was voor mij en zijn verwanten.
Martin uit den Bogaard