Stiglitz: Maak door een gemeenschappelijk mondiaal reservestelsel de dollar minder dominant

Veruit het grootste deel van de internationale handel wordt afgerekend in dollars. Dat geeft de Verenigde Staten een onevenredige machtspositie. Hoe is dit zo gekomen? En kan het ook anders? Zeker wel. Luister bijvoorbeeld naar het voorstel van Joseph Stiglitz over een nieuw mondiaal reservestelsel.

Bretton Woods 1944

Hotel Mount Washington in Bretton Woods, 1944

In 1944 kwamen de 44 meest vooraanstaande industrielanden bijeen in Bretton Woods (VS) om afspraken te maken over de wereldhandel. Men wilde voorkomen dat na de oorlog landen zich weer met invoerheffingen zouden afschermen van de wereldmarkt, wat een van de oorzaken was geweest van de “Grote Depressie” van de jaren 1930. De beroemde econoom Keynes had een plan opgesteld voor een bancor, een wereldwijde reservemunt. De op te richten International Clearing Union zou als enige deze munt mogen uitgeven. Ook mocht ze de wisselkoersen tegen nationale munten bepalen. De waarde van de bancor zou gekoppeld zijn aan een mandje van 30 grondstoffen. Zo zou er een systeem van wederzijdse schuldaanvaarding komen. Er werden grenzen gesteld aan de tegoeden en schulden die landen mogen opbouwen. Elk land kreeg een (periodiek bij te stellen) quotum toegewezen, en moest bij overschrijding maatregelen nemen om weer onder het plafond te komen. Bovendien stelde Keynes voor om op zowel tegoeden als schulden bij de ICU een progressief tarief te heffen. Dit stimuleerde landen om hun handel zoveel mogelijk in balans te houden. Niet alleen landen met een tekort werden bewogen een oplossing te vinden voor hun situatie, maar ook landen met een overschot.

De meerderheid van de landen was hier wel voor te porren. Maar de Verenigde Staten blokkeerden het plan. Zij hadden op dat moment een enorme machtspositie. Hun economie leverde de helft van alle industriegoederen. Ook bezaten de VS de helft van alle reserves ter wereld.  Zij wisten voor elkaar te krijgen dat de dollar de enige wereldreservemunt werd. Hiermee kregen zij zeer voordelige kredietmogelijkheden. Zij konden immers net zoveel dollars drukken en uitgeven als zij zelf wilden. Wel werd afgesproken dat landen tegen een vaste wisselkoers dollars tegen goud konden ruilen. Maar toen veel landen daarvan gebruik wilden maken nadat de VS voor de Vietnamoorlog heel veel dollars hadden uitgegeven, zegde president Nixon in 1971 deze afspraak eenzijdig op.

Als chef-econoom van de Wereldbank en topadviseur van president Clinton zag Stiglitz rond het jaar 2000 hoe oneerlijk de wereldmarkt door de World Trade Organisation (WTO) werd gereguleerd. Hij ging daarom nadenken over alternatieven, die ook praktisch haalbaar zijn. Stiglitz ontwierp – in navolging van Keynes – als nieuwe wereldreservevaluta de worldgreenbacks. Elk jaar zouden nieuwe worldgreenbacks gecreëerd worden, die niet alleen gebruikt zouden kunnen worden om mondiale financiële problemen op te lossen, maar ook om structurele problemen als armoede en milieuvervuiling aan te pakken.

Hoe zou dit eruit kunnen gaan zien? Elk jaar draagt elk deelnemende land een specifiek bedrag bij. En tegelijk verschaft het mondiale reservefonds worldgreenbacks van gelijke waarde aan dat land als reserve. Het netto vermogen van elk land blijft gelijk; het heeft activa verworven (een claim op anderen) en een claim op zichzelf uitgegeven. In tijd van nood kan het deze reserve aanspreken. Als er een crisis uitbreekt kan het land de worldgreenbacks inwisselen voor euro’s, dollars of yens; wanneer de crisis komt door een mislukte oogst kan het voedsel kopen; als het komt door een economische recessie kan het geld worden gebruikt om de economie een impuls te geven. Jaarlijks worden er nieuwe greenbacks uitgegeven. Aangenomen dat op termijn de verhouding tussen reserves en BBP ongeveer constant blijft, en dat het mondiale inkomen met 5% per jaar toeneemt, zal de jaarlijkse uitgifte – bij een mondiaal BBP van bij benadering 40 biljoen dollar – ongeveer 200 miljard dollar bedragen. Als de internationale handel nog meer toeneemt dan het wereld BBP, bijvoorbeeld met 10%, kan het dubbele aantal worldgreenbacks worden gecreëerd. Het maakt een eind aan de inflatoire neiging van het huidige monetaire reservestelsel.

De dominante positie van een of hooguit enkele valuta zorgt voor veel onstabiliteit in de wereldeconomie. Tijdens de crisis in 2008 hebben Frankrijk, Rusland en China aangedrongen op herzien van het stelsel van Bretton Woods. Tevergeefs. Wel kregen opkomende industrielanden een klein beetje meer stemrecht in het Internationaal Monetair Fonds. Toen de VS tijdens de bankencrisis rond 2010 veel dollars lieten bijdrukken, was deze munt goedkoop. Zodra echter daarna vanaf 2015 de rente in het land omhoog ging, zaten veel andere landen met hoge schulden opgescheept, bijvoorbeeld Turkije en India.

Als veel meer landen reserves in elkaars munt zouden aanhouden, zou dit kunnen worden benut als een onderling verzekeringssysteem. Wat zich nu afspeelt rond de dollar is dat de VS steeds dieper in de schuld komt te zitten, tot het punt dat hij niet meer als reservemunt kan dienen. Het nieuwe systeem met worldgreenbacks doorbreekt bovendien het probleem dat sommige landen een enorm handelsoverschot hebben en andere landen een handelstekort. De jaarlijkse uitgifte van nieuwe greenbacks kan gebruikt worden om de tekorten te betalen. Misschien denken de Verenigde Staten dat ze door het nieuwe stelsel gedupeerd worden, omdat ze niet langer in wezen goedkope leningen krijgen van ontwikkelingslanden. Ook zij zouden echter profiteren van de grotere mondiale stabiliteit. Nu leiden de dollarreserves in het buitenland tot een afgezwakte binnenlandse vraag. Ook de Verenigde Staten zouden daarom met het nieuwe stelsel makkelijker volledige werkgelegenheid kunnen handhaven.

Als de Verenigde Staten er niet toe overgehaald zouden kunnen worden om mee te doen met het nieuwe stelsel, zou de rest van de wereld kunnen afspreken dit onderling wel te doen. En geleidelijk voor meer van hun reserves over te stappen worldgreenbacks. Naarmate de voordelen voor de Verenigde Staten van het uitbuiten van ontwikkelingslanden zo afnemen, heeft het land steeds meer reden om alsnog toe te treden.

Bronnen: Jozeph Stiglitz, Eerlijke globalisering. Ton Jansen, De Kredietcrisis. Frank Hoek, Antroposofie, kapitaal en geld. Adam Tooze, Gecrasht.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s