
Deel 2 over de filosofie van Arnold Cornelis
Cornelis stelde in 1990 dat de starre, hiërarchische sociale regelsystemen van de twintigste eeuw zich in de eenentwintigste eeuw zouden ontwikkelen naar sociale systemen met communicatieve zelfsturing. Zien we dat ook inderdaad gebeuren?
Bij communicatieve zelfsturing volgens Cornelis wordt gedacht in mogelijkheden om bestaande regels en afspraken te verbeteren. Als mensen zich ongelukkig voelen met een sociaal systeem waar ze onderdeel van uitmaken en denken te weten hoe dat systeem verbeterd kan worden, mogen ze dat naar voren brengen. Dat geldt voor iedereen die deel uitmaakt van het betreffende sociale systeem. In een cultureel georganiseerd communicatieproces worden dan de nieuwe ideeën beoordeeld en getoetst. Goede ideeën worden vervolgens uitgeprobeerd en als de proef slaagt, worden de bestaande structuren aangepast. Overal waar binnen samenlevingsverbanden regels en afspraken gelden, kan deze nieuwe culturele laag worden toegevoegd. In gezinnen, in bedrijven, in de politiek. De vraag is nu: blijkt dit ook werkelijk te gebeuren?
De sociale systemen economie en staat
Een eerste blik op de wereld van vandaag leert ons, dat communicatieve zelfsturing niet algemeen is doorgebroken. Geert Schmitz, gegrepen door het betoog van Cornelis, schreef in 2019 een boek over het krachtenveld tussen het overheidsbeleid en de door veel alternatieve bewegingen nagestreefde zelfsturende gemeenschappen (2). Schmitz was lang beleidsambtenaar “strategie” bij gemeente Peel en Maas. Die gemeente wil zelfbestuur in de acht kernen/dorpen faciliteren. Schmitz zoekt als beleidsambtenaar óók steun bij Jürgen Habermas. Habermas (1929) is veel bekender dan Cornelis (1934-1999). Ze waren tijdgenoten, maar Habermas leeft nog steeds. Hij stelt dat de sociale systemen, staat en economie, verzelfstandigd zijn ten opzichte van de leefwereld. In de leefwereld is er idealiter een machtsvrije communicatie, waarin de deelnemers overeenstemming proberen te bereiken over wat waar, juist en/of waarachtig is. Dit noemt Habermas communicatieve rationaliteit, i.t.t. de doelrationaliteit van sociale systemen. Beide auteurs willen dat mensen door communicatieve processen greep op de sociale systemen krijgen om die in dienst van hun eigen normen en waarden te kunnen stellen. De centrale gedachte van Habermas is, dat de systemen (veel te) dominant geworden zijn over de leefwereld. Hij legt uit, dat zij de leefwereld koloniseren, dat wil zeggen binnendringen en overheersen met hun geld (economie) en macht (staat). Zij leggen daarmee hun doelen op aan de leefwereld. (1) Verklaart het binnendringen van staat en economie in de leefwereld inderdaad waarom de ontwikkeling naar communicatieve zelfsturing niet algemeen heeft doorgezet?
Staat
De periode vanaf de jaren 1990 wordt gekenmerkt door neoliberalisering, zeggen we achteraf. Welke doelen horen bij het neoliberale wereldbeeld en zijn die aan de leefwereld opgelegd? De staat stelt zich inderdaad op alsof ze voor ons moet denken. Geert Schmitz laat zien hoe het neoliberale mensbeeld daarin leidend is geworden: “Jezelf spiegelen aan de prestaties van anderen. Je voldoet nooit helemaal, het kan altijd beter, sneller, meer…Verliezen… betekent dat je zelf de schuld bent.” In de naoorlogse periode leefden de mensen in “zuilen”. Dit waren gemeenschappen van mensen die hetzelfde mens- en wereldbeeld hadden. Er was een katholieke zuil, een gereformeerde, een socialistische enzovoort. Voorzieningen als onderwijs en gezondheidszorg waren katholiek, gereformeerd enzovoort, evenals hun bestuurders. Ook de mensen zelf ontleenden hun identiteit aan hun zuil. Je “was” socialistisch, je “was” gereformeerd. De overheid heeft deze voorzieningen overgenomen en daarmee kreeg de politiek het stuur ervan in handen. Het bepalende mensbeeld werd politiek geladen. De ‘zelfredzame mens’ werd het ideaal. De overheid steunt (inmiddels alleen nog) de sociaal zwakkeren. Maar zodra die weer enigszins op eigen benen kunnen staan, houdt de steun weer op. Dit overheidsbeleid “verzwakt sociale bindingen ten gunste van economische autonomie, competitie en marktwerking… Het neoliberale tijdperk heeft gemaakt dat risico’s veranderd zijn van sociale risico’s die we samen opvingen, naar risico’s die bij het leven horen en sterk individueel zijn.” Echter, zegt Schmitz, de motor van een gezonde samenleving zijn juist de gemeenschappen. “In een gemeenschap zal het omgaan met tegenspoed ook minder onoverkomelijk zijn als de zorgpatronen inderdaad onderhouden zijn. Je bent niet zelf voor alles verantwoordelijk, de groep laat je nestelen.” De afbraak van de ‘zuilen‘ pakt verkeerd uit. “Sociale relaties boeten in aan bindingskracht. Arbeidsrelaties worden vluchtig, flexibel en gemeenschappen barsten onder het geweld van migratie en individualisme… Gemeenschapszin en vertrouwen in elkaar maken plaats voor een gemeenschap waarin gevoelens van isolement, wantrouwen en onveiligheid de boventoon voeren.” (3)
Het op het zelfredzame individu gerichte neoliberale wereldbeeld botst met het verlangen naar gemeenschap. Als de overheid zelfsturing door gemeenschappen wil bevorderen, zit dit wereldbeeld in de weg. Daarbij teken ik aan, dat eventueel teruggaan naar de zuilen van vroeger niet in lijn is met communicatieve zelfsturing. De zuilen waren hiërarchisch georganiseerd. Zij waren intern niet democratisch. De Provo’s hekelden in de jaren zestig deze “regentenmentaliteit” juist.
Staten hebben ondertussen macht overgeheveld naar een internationaal, geglobaliseerd, niet-democratisch gecontroleerd financieel-juridisch stelsel, dat vooral de positie van bedrijven en rijke mensen ten goede komt. Terwijl het idee achter de neoliberale politiek juist was, dat de “vrije markt” iederéén rijker zou maken. Dat pakt dus verkeerd uit. Maar ondertussen is het sturende vermogen van staten voor een niet onbelangrijk deel afgestaan aan het internationale bedrijfsleven. Dat kan zijn doelen vervolgens aan de staat opleggen. Het zelfsturende vermogen van de staat werd aangetast. Het neoliberale mens- en wereldbeeld op grond waarvan de staat dit deed, heeft als basis de economie en het verdienvermogen van bedrijven en mensen. De positie van bedrijven én van individuele mensen wordt bepaald door hun verdienvermogen. Een gemeenschap is echter juist gebaseerd op wederzijdse hulp en ondersteuning.
Economie
Binnen de economie hebben vooral grote bedrijven onevenredig veel macht gekregen en daarmee sturingscapaciteit. Juist hun geld geeft hen dan nog weer meer macht. In de economie zit het grote geld bij grote bedrijven, die daarmee manipuleren. Grote veranderingen werken zij vaak succesvol tegen door bij ministers te lobbyen. Dat mag volgens de bestaande regels. Ook lukt het hen om consumenten onbewust zo te manipuleren, dat die denken behoefte te hebben aan hun nieuwe producten, die zij met dure reclamecampagnes onder de aandacht kunnen brengen. Het is allemaal toegestaan binnen de bestaande regelgeving. De macht van multinationale bedrijven wordt gedekt door wetten als het eigendomsrecht en het vennootschapsrecht. Aandeelhouders profiteren daarvan. Big tech en big pharma zijn daarbij juridisch niet verantwoordelijk voor de negatieve maatschappelijke gevolgen van hun productie. Denk bijvoorbeeld aan liegen en schelden in hun sociale media en sigarettenfabrikanten die mensen nu laten overschakelen op vapen. Denk voor de nabije toekomst bijvoorbeeld aan gevolgen van AI. De staat en de grote bedrijven beschikken over veruit de meeste grote hulpbronnen. En die komen steeds meer terecht bij grote bedrijven en mensen met veel geld. In de systeemtheorie noemen we dit zichzelf versterkende terugkoppeling of feedback. Het systeem raakt steeds verder uit balans.
Habermas wijst er dus terecht op, dat staat en economie met hun geld (economie) en macht (staat) de alledaagse leefwereld koloniseren, binnendringen en overheersen, en zo hun doelen opleggen aan de burgers. Het geld van grote bedrijven en de macht van staten werken verandering richting communicatieve zelfsturing inderdaad tegen. De oplossing die Habermas aandraagt vind ik erg algemeen. De communicatieve rationaliteit van de leefwereld zou in een machtsvrije dialoog de doelrationaliteit in haar dienst moeten gaan stellen. Hij maakt niet duidelijk hoe je ervoor gaat zorgen dat zo de kolonisering teruggedrongen wordt.
Ontwikkelingen naar zelfsturing
Zien we ook positieve tekenen in de richting van communicatieve zelfsturing? Zeker. Ziegler en Gautier duiden dat ook in de termen van Habermas. Zij schreven in 2024 Een wereld van gemeenschappen, dat vol staat met inspirerende voorbeelden van wat zij ‘de leefwereld’ noemen (4). Die plaatsen zij naast de ‘systeemwereld’, het formele openbaar bestuur en marktpartijen. Zij brengen in hun Huis voor burgerschap honderden dit soort organisaties samen. En ondersteunen die in hun streven om als gelijkwaardige partner van de overheid hun toekomst vorm te geven. Het gaat hierbij om alle mogelijke soorten bewonersinitiatieven, maar ook bijvoorbeeld energiecoöperaties en voedselcoöperaties, zoals de Herenboeren. Dit zijn allemaal nieuwe sociale gemeenschappen, die van onderaf en communicatief hun organisatie vormgeven. Dit zijn daarmee anders gerichte gemeenschappen dan de zuilen van de naoorlogse periode. Ook in het bedrijfsleven is er hier en daar een streven naar zelfsturende teams waarneembaar. Denk verder nog aan de populariteit van de socratische dialoog, socratische organisaties en burgerraden. Allemaal mensen die hun organisatie dan wel leefwereld samen in dialoog willen vormgeven.
Catastrofaal leerproces Volgens Cornelis ontwikkelde de mensheid eerst het natuurlijk systeem en vanaf de achttiende eeuw het sociale regelsysteem. Door de sterke individualisering vanaf het einde van de twintigste eeuw is er behoefte aan communicatieve zelfsturing, de derde fase in de ontwikkeling van culturele systemen. Maar anders dan het rationele fundament van Habermas, begint het nieuwe leerproces volgens Cornelis bij de logica van het gevoel. Hij zegt: “Als het goed gaat met de nesteling der emoties in de lagen van culturele stabiliteit, dan merken we niets van die emoties. Op dezelfde manier als we niets merken van onze waarneming als er niets bijzonders aan de hand is. Op dezelfde manier ook als we niets merken van macht als we niet worden tegengewerkt. Maar de emoties treden aan de dag en we spreken over emoties als ze ontregeld raken, wanneer de nesteling der emoties in de natuurlijke, de sociale of de communicatieve stabiliteitslaag onmogelijk wordt.” (5) Boosheid treedt op als het sociale regelsysteem de bekwaamheid van mensen niet erkent. Verdriet treedt op als mensen zichzelf niet kunnen herkennen in communicatieve zelfsturing van het systeem, Nou, er zijn tegenwoordig veel boze mensen. En ook neemt depressiviteit sterk toe. Boosheid en verdriet kunnen zich niet nestelen. Daardoor komen we volgens Cornelis in een catastrofaal leerproces. Het maatschappelijk leren stopt. We bewegen ons richting catastrofe.
Ontwikkelingsfasen culturele systemen met catastrofale en gezonde leerprocessen volgens Cornelis

Cornelis gaat verder en legt uit, dat op elk sociaal regelsysteem een laag van communicatieve zelfsturing gebouwd zou kunnen worden. Bovenstaand schema is een uitbreiding van het schema aan het eind van deel 1 van deze blog. We kunnen erin zien hoe het maatschappelijk leren kan worden voortgezet middels communicatieve zelfsturing. Op het niveau van natuurlijk systeem geeft negatieve feedback aan dat we ons vergist hebben. In de laatste kolom van bovenstaand schema lezen we, dat we ons aanpassen; de situatie is door natuurwetten bepaald. In het sociale regelsysteem gaan we vervolgens ingrijpen in de natuurlijke omgeving. We worden ons bewust welke gevolgen onze handelingen hebben. We leren van fouten door onze handelingsstrategie te wijzigen. Het kennissysteem zelf heeft nog geen bedoeling, de doelen zijn gegeven. Pas in de fase van zelfsturing gaan we filosoferen over wie we willen zijn en waarom we bepaalde doelen zouden willen bereiken. We gaan denken in mogelijkheden, niet in feiten of voorschriften. Mogelijkheden zijn toekomstgericht. Ook dit is een maatschappelijk leerproces. Communicatieve zelfsturing kan de sociale systemen in dienst van waarden plaatsen. Als we vanuit waarden en bedoelingen gaan denken in zinvolle mogelijkheden komen er alternatieven naar boven. Net als in een schaakspel kunnen we een gedane zet in gedachten terugnemen en een nieuwe zet overwegen: takeback heet dat. Verschillen van inzicht horen daarbij. En ook verschil in belangen. Dat kan nadelig uitpakken voor sommige deelnemers aan het systeem. In de onderlinge afstemming moet met alle inzichten en belangen rekening worden gehouden. Dat zou een volgende stap in de menselijke beschaving kunnen zijn. Dit zou het “nieuwe normaal” moeten worden. Wat realistische mogelijkheden zijn moet vervolgens worden uitgeprobeerd. Deze communicatie over alternatieven moet een plek gegeven worden in de besturing van het systeem. Daar is een institutionele verandering voor nodig. Een structurele verandering van de manier van besturen.
We maken de balans op
We zitten onder de plak van niet-lerende sociale systemen. De staat heeft zichzelf en de burgers afhankelijk gemaakt van grote bedrijven. Die hebben teveel macht toegewezen gekregen. De staat heeft cruciale doorzettingsmacht van gewenste veranderingen uit handen gegeven. De gewenste ontwikkeling naar communicatieve zelfsturing botst in de systemen tegen een ‘hiërarchisch plafond’ (6).
De onvrede met de bestaande samenleving is groot. Zeker vanaf 2010 verlangen veel mensen terug naar de tijd dat de wereldeconomie nog niet geglobaliseerd was en landen er nog greep op hadden. Enerzijds krijgen radicaal rechtse partijen nu groeiende steun. Veelzeggend wordt hun merendeels mannelijke aanhang vaak aangeduid als “boze blanke mannen”. Hun autocratische, nationalistische leiders beloven welvaart én houden vast aan het idee van de superioriteit van de Westerse cultuur. We zien inmiddels dat hierdoor de maatschappelijke catastrofes alleen maar dichterbij komen. Aan de andere kant zien we echter ook veel alternatieve bewegingen en maatschappelijke initiatieven, die zijn gaan inzien dat de mens niet boven de natuur staat maar er onderdeel van uitmaakt. Zij zoeken naar mogelijkheden om de economie in balans te brengen met de draagkracht van de natuur. Daarvoor is dan regeneratie (herstel) van de natuur nodig en moet de doelstelling van economische groei losgelaten worden. Als in economie en staat zelfbestuur zou worden ingebouwd, kunnen de hulpmiddelen geld en macht ingezet worden om een nieuwe fase van beschaving mogelijk te maken.
Cornelis stelde dat de 21e eeuw die van de communicatieve zelfsturing zou zijn. Maar hij wilde daarmee eigenlijk zeggen, dat het de eeuw van de communicatieve zelfsturing zou moeten zijn. Het idee dat een rechtvaardige samenleving mogelijk is wordt in de weg gestaan door het idee dat dit “niet haalbaar” is. Maar als we in ons verlangen naar een gezond sociaal systeem blijven hangen in “het haalbare”, zitten we al vast aan de huidige regels en machtsstructuren. Laten we gaan denken in toekomstige mogelijkheden, niet in feiten uit het verleden. Dan komt een maakbare samenleving in beeld. Als de deelnemers van sociale systemen met elkaar een gemeenschap vormen, kan er zelfbestuur ingevoerd worden. Nieuwe ideeën mogen zich dan bewijzen. In het klein in voedsel- en energiecoöperaties; in buurten, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Maar als zelfbesturende organisaties gaan samenwerken ook in grotere regio’s. Uiteindelijk kan een wereldwijde samenleving ontstaan. Waarin alle mensen als uniek mens erkend worden en zich thuis kunnen voelen. Toekomstmuziek dus!
(1) Processen van Neurenberg link https://nl.wikipedia.org/wiki/Processen_van_Neurenberg
(2) Jürgen Habermas, Theorie des kommunikativen Handelns, Bd. I: Handlungsrationalität und gesellschaftliche Rationalisierung / Bd. II: Zur Kritik der funktionalistischen Vernunft, 1981
(3) Geert Schmitz, Krijg de geest; over bezielde gemeenschappen en een bescheiden betrokken bestuur, 2019, , p. 37-63
(4) Floor Ziegler, Teun Gautier, Een wereld van gemeenschappen, 1924
(5) Arnold Cornelis, Logica van het gevoel; filosofie van de stabiliteitslagen in de cultuur als nesteling der emoties: essay, 1990, p. 701
(6) Term van Cornelis, aantekening uit een persoonlijk gesprek met hem, FvdV