De schok van de aanwezigheid van de CEO’s van Meta, Google, Apple, Amazon en Tesla op de voorste rijen bij de inauguratie van Trump in januari 2025 is nog niet uitgedoofd. Deze blog gaat echter niet zozeer over Trump zelf, die nog dagelijks de nieuwsberichten domineert. Maar over de machtige positie die Big Tech als zodanig al heeft verkregen in de samenleving. In het bijzonder over de juridische wortels van de macht van grote bedrijven. Het aanpakken daarvan is dan weer een politieke kwestie. Maar ik ga nu met behulp van het fantastische boek van Rijer Passchier, De vloek van Big Tech, duidelijk proberen te maken, dat er een lange geschiedenis aan de huidige situatie vooraf is gegaan. Daarbij zijn de wettelijke bevoegdheden van kapitaalbezitters stapsgewijs toegenomen en dat heeft telkens kapitaalaccumulatie bewerkstelligd. Kapitaalaccumulatie betekent letterlijk opeenhoping van kapitaal. Steeds meer kapitaal komt in steeds minder handen. Hand in hand met de ontwikkeling van de technologie heeft dit ons op het huidige punt doen belanden. De wortels van de huidige, historisch gegroeide, zeer ongelijke verdeling van kapitaalbezit gaan terug tot de Franse revolutie en daarvóór nog zelfs tot het Romeinse eigendomsrecht.
Stap één in het faciliteren van kapitaalaccumulatie was de invoering van het moderne eigendomsrecht na de Franse Revolutie. De macht van de adel en dus ook van de koning werd met de invoering van een nieuwe grondwet sterk ingeperkt. Het parlement werd het centrale orgaan van het landsbestuur. De regering werd afhankelijk van het parlement. Onafhankelijke rechters gingen beoordelen of de door het parlement vastgestelde wetten goed werden toegepast, ook het eigendomsrecht. Waar grondbezit in de feodale tijd meestal door vererving werd verkregen, kon nu in principe elke burger grond bezitten. Grond werd koopwaar, je kon het kopen. En zo ook de andere productiemiddelen. De staat werd de centrale macht. Zij verkreeg in de grondwet ook het monopolie op het uitoefenen van geweld. In principe werden burgers gelijk aan elkaar en kozen zij de leden van het parlement. Kon de vroegere koning nog naar willekeur regeren, nu verkregen de burgers grondrechten. Eén van de grondrechten was dat op eigendom. Deze grondrechten vormden een tegenwicht van de staatsmacht. Publiek- en privaatrecht werden van elkaar gescheiden, het statelijk en het economische werden van elkaar losgekoppeld, de rechtspraak onafhankelijk.
Niet langer zou eigendom (zoals bij leenrechten in de feodale tijd) tot een dwingende macht over medeburgers mogen leiden. Burgers werden voor de wet gelijk, de staat werd de absolute soeverein, de uiteindelijke machthebber. De gelijkheid van burgers was echter direct betrekkelijk. De invoering van het nieuwe eigendomsrecht was stap één in de kapitaalaccumulatie, omdat het bezit zeer ongelijk verdeeld was. Bijvoorbeeld van grond. Maar ook van kapitaal. In het verlengde van wat ooit in het Romeinse rijk was uitgevonden, werd eigendom een absoluut recht. Burgers konden naar willekeur met hun bezit omgaan. Tenzij er specifieke wetten waren ingesteld die dit recht inperkten. Zoals reeds genoemd werd ook arbeid koopwaar. Een eigenaar van een onderneming kon naar willekeur mensen aannemen of ontslaan. De vakbondsstrijd, die later in het industriële tijdperk optrad, wist toch bepaalde arbeidersrechten tot stand te brengen. Dit waren dan beperkingen (achteraf) van het absolute karakter van het eigendomsrecht van ondernemers, waarvoor de arbeiders wél afhankelijk waren van de opstelling van het parlement.
Als stap twee in de facilitering van kapitaalaccumulatie werd in de tweede helft van de negentiende eeuw het moderne vennootschapsrecht ingesteld. In een bedrijf met een naamloze vennootschap (N.V.) werden de aandeelhouders de baas. Een N.V. kon zo het kapitaal van vele eigenaren bijeen brengen. De besluitvorming lag bij de aandeelhoudersvergadering. Cruciaal was, bezien met de ogen van nu, dat de aansprakelijkheid van een aandeelhouder beperkt was tot zijn aandelenbezit. Ging een bedrijf failliet, dan kon de aandeelhouder hoogstens zijn kapitaal kwijt zijn. Was het aandelenkapitaal geringer dan de bedrijfsschulden, dan bleven de resterende schuldeisers berooid achter. Deze beperkte aansprakelijkheid van aandeelhouders springt in de huidige tijd in het oog als het gaat om bijvoorbeeld milieuschade of de aanrichting van ander maatschappelijk onheil. Het geeft bedrijven een voorsprong. In de huidige praktijk is eerst de schade aangericht. Pas nadien kan een parlement een wet aannemen, die voor de toekomst regelt dat bedrijven toch voor bepaalde specifieke schade aansprakelijk worden. Naarmate de techniek in de afgelopen eeuwen vorderde, de bedrijven groter werden en daarmee ook het kapitaalbezit ongelijker verdeeld, kregen kapitaalbezitters en bedrijven meer macht en werd hun voorsprong op de gemeenschap groter. Vanaf ongeveer 1900 werd toegestaan om meerdere kapitaalvennootschappen in een holding onder te brengen. Dat bood het voordeel dat binnen de holding geschoven kon worden met risico’s van bedrijfsonderdelen. Zo konden bijvoorbeeld alle slecht functionerende onderdelen in één van de kapitaalvennootschappen worden ondergebracht. Als die dan failliet ging, konden de andere kapitaalvennootschappen gewoon doorfunctioneren.
Een derde stap in de facilitering van de opeenhoping van kapitaal was de internationale erkenning van kapitaalvennootschappen. Landen gingen vanaf ongeveer 1900 elkaars kapitaalvennootschappen rechten toekennen. Zo kon bijvoorbeeld Philips een holding oprichten met buitenlandse vestigingen. Daarmee was de kiem gelegd voor nog verdere uitbreiding van de macht van ondernemingen. De macht van een parlement is beperkt tot het territorium binnen de landsgrenzen. De internationale vennootschap kon nu het voor haar gunstigste land uitkiezen om een nieuwe vestiging te openen. Zij mochten evenwel niet zomaar goederen of kapitaal over landsgrenzen heen verplaatsten. Daarvoor moest de overheid eerst toestemming verlenen.
Na de Tweede Wereldoorlog werden deze beperkingen in fasen steeds meer opgeheven(1). De Multinationale Onderneming ontstond. Die mag nu naar willekeur kapitaal verplaatsen naar afdelingen in andere landen. Daarmee kunnen ze landen tegen elkaar uitspelen. Wat ze – gewild of ongewild – ook doen. Zo dalen de tarieven van de vennootschapsbelasting al tientallen jaren. En dreigen bedrijven bij het invoeren van strenge milieuwetgeving dat ze hun productie naar het buitenland “moeten” verplaatsen. Zij staan daarmee bóven de verschillende landsbesturen, met andere woorden bóven de wet. Geen wonder dus dat zoveel mensen tegenwoordig denken dat we zaken als milieuvervuiling en wereldwijde ongelijkheid toch nooit zullen oplossen. Zolang deze constructies wettelijk gefaciliteerd blijven, hebben deze mensen gewoon gelijk. Stapsgewijs is de macht over kapitaal en technologie verschoven van het landsbestuur naar Multinationale Ondernemingen. In het kader van investerings- of handelsverdagen kunnen zij zelfs overheden aanklagen bij internationale arbitrageorganen.
Tijdens het industriële tijdperk werd de ontwikkeling van de techniek vooral gebruikt om de productie van goederen op te voeren. Nu we in het tijdperk van de informatisering en de automatisering leven, raakt ons privéleven steeds meer verweven met de technologische ontwikkeling. Mobiele telefoons en een persoonlijke computer voor internet zijn voor de doorsnee burger onmisbare apparaten geworden. De zeven grootste techbedrijven ter wereld bezitten inmiddels een kwart van het kapitaal van de 500 grootste Amerikaanse ondernemingen(2). Zelfs de Europese Unie blijkt inmiddels nauwelijks meer greep te hebben op de grootste bedrijven, die vrijwel allemaal tot de Big Tech familie behoren(3). Zij kunnen zich permitteren de EU-wetgeving aan hun laars te lappen. De democratische rechtsstaat kan niet meer tegen hen op, zo lijkt het. Dit is uiteraard uitermate zorgwekkend. En zo eindigt deze blog met een droevige conclusie.
Maar daar neem ik zelf geen genoegen mee. Deze blog ging – met dank aan Rijer Passchier – over de juridische wortels van de macht van grote bedrijven. Het aanpakken daarvan is een politieke kwestie, schreef ik. En daarover gaat mijn volgende blog. Op zoek naar een sprankje hoop.
Noten
- Zie Bert de Vries, Ontspoord kapitalisme
- Rijer Passchier, De vloek van Big Tech, p.11
- Rijer Passchier, Laten we onbetrouwbare big techbedrijven volledig uit Europe weren
helder verhaal Feiko